Implantaten

Een implantaat kunt u het beste vergelijken met een kunstwortel. Een implantaat vervangt een afwezige tandwortel en wordt als een schroef in de kaak gebracht. Implantaten worden gemaakt van een lichaamsvriendelijk materiaal zoals titanium. Soms zijn ze voorzien van een keramische laag.

Het implantaat biedt houvast voor een kroon, brug of overkappingsprothese.


 

Twee manieren van inbrengen

  1. Het implantaat is zichtbaar in de mond (steekt door het tandvlees heen). De tandarts hoeft bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese het tandvlees niet meer open te maken.
  2. Het implantaat wordt na het inbrengen helemaal onder het tandvlees opgesloten. Deze aanpak bezorgt minder napijn. Bovendien is er minder kans op infectie. Het tandvlees wordt bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese opnieuw opengemaakt.

Uw tandarts of kaakchirurg overlegt met u welke aanpak in uw situatie de beste is.

De tandarts of kaakchirurg brengt de implantaten in.

  1. Eerst krijgt u een plaatselijke verdoving rond de plaats waar het implantaat komt.
  2. Daarna wordt het tandvlees op de plek waar het implantaat moet komen losgemaakt, zodat het kaakbot zichtbaar wordt.
  3. Dan wordt een gaatje in het kaakbot geboord.
  4. Daarin wordt het implantaat geschroefd of getikt.
  5. Het tandvlees wordt vervolgens gehecht.

Als u meer dan één implantaat nodig heeft, worden deze vrijwel altijd tijdens dezelfde behandeling ingebracht

Verloop behandeling1 Verloop behandeling2  Verloop behandeling5 Verloop behandeling4 Verloop behandeling5
1. Plaats waar het implantaat komt 2. Het tandvlees wordt losgemaakt 3. Er wordt een gaatje in het bot geboord 4. Het implantaat wordt aangebracht 5. Het tandvlees wordt gehecht

 

 

Share: